
Het was op een zaterdagochtend, alleen thuis, dat ik dacht: als ik het doe, moet ik het goed doen. Dan heb ik een schrijfbegeleider nodig. Die gaat mij óf duidelijk maken dat dit weer eens zo’n luchtkasteel van me is — dan kan het plan dat al zo lang rondgaat tenminste uit mijn hoofd. Of ze reageert heel enthousiast. Dat kon natuurlijk ook. Dan kan ik aan de slag en gaat alles wat rondtolt aan ideeën, inzichten en gedachten óók uit mijn hoofd, alleen duurt het dan wat langer.
De lente van 2019 begint die zaterdag. Ik scroll, vind, mail. Twee weken later zit ik tegenover haar. Vier uur lang spreek ik vooral. Dan rond ze af. Ze kijkt me aan en ik denk nu komt het. ‘Nou, Hans, zegt ze me met een brede lach, ‘Volgens mij moet jouw verhaal er komen.’