
Het idee om een boek te schrijven kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Het was meer dat ik de signalen niet langer kon negeren. Tijdens een training over archetypes — de Nar en de Magiër — liep ik met iemand richting lunch. ‘Boek,’ zei hij ineens, zomaar. Ik keek hem verbaasd aan. ‘Ik moet bij jou ineens aan een boek denken,’ zei hij.
Een jaar eerder had ik al eens een ritueel gedaan waarbij een 7 mm stalen staaf tegen het kuiltje in mijn hals lag. Het andere uiteinde lag twee meter verder bij iemand anders in eenzelfde kuiltje. De bedoeling was een intentie uit te spreken, iets wat ik zielsgraag zou willen maar niet geloofde dat ik dat kon, en dan op drie met losse handen richting de ander te stappen, als het ware dwars door die overtuiging heen te lopen.
Ik wil mijn verhaal vertellen, riep ik. Op hetzelfde moment gaf de stalen staaf mee. Pfft. De stap gewaagd, ik leefde nog. Alsof er iets in mij openboog. Zou het dan toch echt kunnen?”