Aflevering 8

Ik schreef fulltime en elke maandag pakte ik de draad weer op. Langzaamaan ontstond er een structuur en daarbij het idee om mijn grootouders elk een eigen hoofdstuk te geven. Op die manier zou ik hun verhaal zo echt mogelijk kunnen vertellen.

Maar al schrijvend merkte ik hoe weinig ik ze eigenlijk kende. Wie waren mijn opa’s en oma’s, los van de verhalen uit mijn jeugd en de interviews met ooms en tantes. Een helder beeld van ze schetsen bleek veel lastiger dan ik dacht. En dus moest ik geregeld even afstand nemen, van al die anekdotes en herinneringen. Om ze beter te kunnen doorgronden.

Wat ook niet hielp om hun verhaal helder te krijgen, was dat ik zinnen gebruikte die iets suggereerden — vage hints zeg maar, waar niemand op zit te wachten. En ik vond het nodig op sommige plekken nog even een punt maken. Zo’n stuk tekst dat meer vertelde over mij, dan over mijn grootouders. Dus huppekee, er uit er mee.

Met andere woorden; ik wilde het verhaal vertellen van mijn grootouders en later ook mijn ouders. Maar daarvoor moest ik steeds een paar stapje achteruit. Sterker nog, ik moest mij er letterlijk uit terugtrekken. Alleen zo bleef hun verhaal over. En eerlijk is eerlijk, het knapte er van op. Ik zelf trouwens ook.

Scroll naar boven